artikel2

THE MAJOR ARCHIBALD ALEXANDER GORDON

SOCIETY

CUSTODIANS OF THE KINGS MESSENGER COLLECTION

DE WERELDREIS VAN A. A.GORDON

Archibald Alexander Gordon begon zijn wereldreis in februari 1889 aan boord van de P&O "Oriental", die van de Thames (London) naar Bombai (India) pendelde. Na zijn aankomst in India verkende hij het land en bezocht Ceylon. Daarna reisde hij verder naar Australië en Nieuw-Zeeland. Op weg naar Hongkong vaarde hij over het which travelled from the Thames (London) to Bombay (India). From there Archibald explored India and Great Barrier Reef en vervolgde zijn reis naar Japan. Enkele weken later vaarde hij van Yokohama naar San Francisco (VS). Vanuit San Francisco reisde haar naar Seatle en Vancouver, waar hij aan boord ging op de Canadian Pacific railway om de rest van Amerika te verkennen. Tijdens zijn reis door Amerika verbleef hij in steden als Chicago, New York en later Montreal, Quebec en Ottawa in Canada. Gordon ontmoette de Amerikaanse General William Tecumseh Sherman in New York. De Generaal was een veteraan van de Amerikaanse burgeroorlog.


Gordon verliet Amerika en trok naar de West India Islands waar hij een tijd verbleef bij zijn onkel in Trinidad. Hierna bezocht hij Jamaica. Zijn grootvader aan moederskant was eigenaar geweest van één van de grootste plantages op het eiland, nabij de Blue Mountains. Vanwege de afschaffing van de slavenhandel in 1834, verloor hij al zijn bezittingen en stierf als een arm man. De boerderij had de naam  'Windsor Castle estate'. Tijdens zijn bezoek aan Jamaica wilde Gordon graag het voormalige landgoed  bezoeken, maar de overheid had deze in een nationaal park veranderd en lieten Gordon verstaan dat het huis er waarschijnlijk niet meer stond. Gordon was echter niet overtuigd en huurde een door ezels gespannen kar en een gids in om het gebied te verkennen. Samen trokken ze diep het bos, tot de weg niet meer bereidbaar was. Vanaf hier ging Gordon te voet verder. Na een tijd vond hij een smal begaanbaar pad, waarna hij bij de eerste bocht een houten hut zag. De hut bevondt zich onder een bananenboom met een oude man zittend voor de ingang. Na een kort gesprek met elkaar, ontdekte Gordon dat de oude man op de plantage van zijn grootvader had gewerkt als kind. Samen besproken ze het leven onder de slavenhouders en verrassend genoeg liet de man verstaan dat hij een beter leven had onder de slavenhouders, dan de zogenaamde vrijheid waar hij nu in leefde. Gordon vroeg hem of het oude huis er nog stond en de oude man zei dat het er nog stond en hij hem ernaar toe zou brengen. Samen bezochten ze het huis, kamer per kamer. Gezien de lange tijd dat Gordon was weggebleven van zijn gespan en gids, vreesde hij dat deze niet lang meer zou wachten en terug naar de stad zou gaan. Beide personen namen een emotioneel afscheid, waarbij Gordon het volgende schreef in zijn boek:


" teruggaand naar Kingston, fier om iemand ontmoet te hebben en enige tijd te hebben verbleven met deze persoon die, zelfs als een slaaf ! mijn voorvader diende en beminde meer dan 70 jaar geleden. Zijn geuite emoties, bij de ontdekking van mijn achtergrond, zullen mij voor altijd een retrospect geven over de echte man die hij was, ongeacht wat zijn kleur mogen zijn. Ik heb slechts één spijt, ik vergat de naam van mijn oude vriend te vermelden in mijn dagboek, en ik kan mij hem niet meer herinneren, alas !"