artikel3

VOORLOPER


In augustus 1914 werd Majoor Archibald Alexander Gordon gevraagd om geld in te zamelen voor de Belgische vluchtelingen. De vraag werd hem gesteld vanwege hij al een gelijkaardig project had voor de sponsering van het Waterloo monument in België. De inzameling voor de vluchtelingen werd een groot succes en Majoor Gordon zorgde ervoor dat de leveringen ervan in Antwerpen door hem persoonlijk werden uitgevoerd. Hierdoor krijg hij zeer grote appreciatie van de Belgische regering. 

MAJOOR A. A. GORDON'S RAPPORT

Rapport met betrekking tot de laatste dagen in Antwerpen, en de terugtrekking daarvan, zoals gevraagd door de First Lord of the Admiralty (Winston Churchill)


Donderdag, 6 Oktober 1914

Als Liaison Officier van  Kolonel Seely bezochten we, onder hevige bombardementen, de voorste loopgraven voor de steden Hove en Lint, en verzochten we een Belgisch bataljon om dekking te zoeken en het vuur te openen op de vijand. Hierna bezochten we drie Artillerie batterijen in Veldicant. Het bezoek werd zwaar gewaardeerd door de Belgische officieren en manschappen. We bezochten ook de ingegraven Britse troepen nabij de Route Militaire, waarvan de 'gunners' ons met open armen ontvingen. Alle wegen in alle richtingen waren gevuld met eindeloze groepen van arme vluchtelingen, wat zelfs het voetverkeer bijna onmogelijk maakte.


Woensdag, 7 oktober 1914

Vroeg in de ochtend, vroeg Kolonel G.T.M. Bridges mij om me te begeven bij de Britse soldaten, gezien ik momenteel niets meer kon doen voor de vluchtelingen. Ik kreeg het bevel om sigaretten, tabak, chocolade, en kleine blikken met vlees te verzamelen en onder  10,000 manschappen te verdelen. Deze werden tijdens de middag gevonden en ingeladen bij het hoofdkwartier van Mortsel-Oude Got, en werden in de vroege avond verdeeld over de loopgraven. Later in de namiddag, bezochten we opnieuw verschillende forten langs de Route Militaire. Tegen negen uur die avond, begaven we ons met een gemotoriseerd voertuig naar de voorste stellingen van Mortsel-Oude Got van de Britse troepen, en begaven ons hierna naar een klein château, waar het Britse hoofdkwartier was gevestigd en gelegen was tussen de Mechelsepoort en Mortsel-Oude Got. We keerden terug naar het Hotel St. Antoine, rond half elf, hier vernamen over een aanmoedigend bericht aan de Britse troepen van onze Majesteit, Koning George,  dit bericht werd direct overgemaakt aan de hoofdkwartiers, waarna er een groot enthousisme was tussen zowel officieren als de manschappen als de Belgische staf. 


Om 11.15u, zittend met Kolonel Seely en Kolonel Bridges in het verlaten hotel St. Antoine, ontplofte de eerste granaat in de stad. Er werd gedacht dat deze op het dak van het hotel was terecht gekomen, maar later bleek dat deze iets verder op de Groenplaats was neergekomen. Hierna ging het bombardement zonder enige stopzetting verder. 

HOTEL ST. ANTOINE - ANTWERPEN

DE BELGISCHE GENERAAL VICTOR DEGUISE

Ik vulde de auto met de kisten munitie, die ik uit de gevacueerde loopgraven had gehaald, ontstak het rode achterlicht, en keerde rustig terug naar Oude God met de manschappen die beschermd werden door een wacht voor en achteraan op de colone. Waar de Route Militaire overgaat in de Mechelsesteenweg, werden de manschappen gestopt en werden twee Mariniers per fiets teruggestuurd om de nog overgebleven soldaten, die het vuur diende te blijven openen, te gaan ophalen. Alle richtingen van de kolonne werden hevig bewaakt. Het was de bedoeling om de Maxims mee te brengen, maar dit bleek geheel niet praktisch, en dus werden ze achtergelaten, nadat ze onbruikbaar waren gemaakt. 


Wanneer alle eenheden verzameld waren op het kruispunt, werden sommig naar Antwerpen gestuurd via de Route Militaire, om zo de Schelde over te steken via de Pont de Bourght, om de andere eenheden te vervoegen nabij het Vlaamsch Hoofd bij Sint Anneke. De auto, met brandend achterlicht, leidde het grote deel van de groep via de Mechelsesteenweg, totdat we de Royal Marines tegen kwamen, die we eerder hadden tegengekomen. De hele groep, met een wacht voor en achteraan, begaf zich richting Antwerpen, via de Mechelsepoort. De stad leek volledig in brand te staan, hoewel slechts niet meer dan 150 huizen in brand stonden, het was echter wel opmerkelijk dat deze vaak in de buurt van de huizen met een Rode Kruis vlag gesitueerd waren. De olietanks waren eveneens aangestoken, en schepen in de haven waren tot zinken gebracht. Tijdens onze intrede van de stad, werd de kolone door granaten onder vuur genomen in de straten, maar slechts een viel kortbij bij de manschappen. Ramen waren gebroken en de straten lagen vol met glas en bijna alle elektriciteitskabels van het tramnet lagen op de grond. Tijdens twee gebeurtenissen krulde deze rond de wagen Kolonel Seely, waardoor ik onder de wagen diende te kruipen om de draden los te knippen. (Ik had het geluk om een van de kabels te vangen, wanneer deze naar beneden viel, met enkel een snede tussen mijn duim en wijsvinger.) Het was op dit ogenblik dat een mannelijke en vrouwelijke spion werden aangetroffen door mij, en door hulp van Kolonel Seely overhandigd werden aan een Marinewacht. Ze werden later overhandigd aan de Belgische autoriteiten. 


De Meir werd uiteindelijk bereikt, maar gezien de route zeer open was en onder hevig granaatvuur, werd er besloten om een smallere straat te nemen, waar het Hotel St. Antoine was gelegen, om zo de Pont de Flandre te bereiken. Dit was echter uitgesloten nadat men vaststelde dat er verschillende huizen in de straat in brand stonden en de doorgang versperde. Met de hulp van een voorbijganger werd een andere route gevonden, en werd de Pont de Flandre bereikt. De laatste Belgische eenheden bleken de bruggen te verlaten, wanneer de Britse troepen de oversteek maakten, dat efficient verliep. Het Vlaamsch Hoofd werd hierna bereikt, waar alle eenheden verzamelden.  Hierna werden ze richting Zwijndrecht gestuurd, waar een halt van een half uur werd gemaakt, en werden er zo veel als mogelijk versnaperingen werden aangekocht en verdeeld onder de troepen.


Het was om naar Sint Niklaas te gaan, in plaats om de nacht door te brengen in Beveren-Waes. Wanneer we deze laatste bereikten, kregen we een boodschap over een gerucht dat zo een 10.000 Duitse soldaten vanuit Termonde op weg waren naar St Niklaas. Er werd beslist om alle manschappen te stoppen, en Kolonel Seely en ikzelf op verkenning te sturen. Er werden geen Duitse troepen aangetroffen, maar er kwamen vele meldingen van de talrijke vluchtelingen die St Niklaas verlieten.


Bij onze aankomst in St Niklaas, leek de stad verlaten, maar bij het aankomen van het spoorwegstation, leek deze geopend te zijn, en veel hoffelijkheid werd getoond door de Stationchef en directeur van telegrams en telefoons. We namen communicatie op met Generaal Sir Henry Rawlinson, en op dit ogenblik werd Kolonel Seely opgebeld door General Paris die zich in Beveren-Waes bevond, waarvan ik de telefoon aannam. Generaal Paris boodschap luidde dat hij een gerucht had gehoord dat 10.000 Duitse soldaten vanuit Tamise, hierbij werd het gerucht van Termonde tegengesproken, en zorgde voor de vlucht oostwaarts van de vluchtelingen. Telefonische communicatie werd zo goed als mogelijk opgezet tussen Termonde en Tamise, met de boodschap dat geen Duitse troepen werden waargenomen ten noorden van Termonde, maar door Tamise zouden gekomen zijn. Er werden geen bruikbare treinen gevonden in Sint Niklaas, en het werd duidelijk dat ook geen enkele bruikbaar kon gemaakt worden in korte tijd. We keerden hierna terug per auto naar de hoofdgroep, en na beraadslaging werd er besloten om verder te trekken naar St Gilles-Waes en zo de enige bruikbare spoorweg naar Brugge te nemen. Deze mars werd geleid door Belgische gidsen, gezien deze een zware en moeilijke zou worden, vanwege de route via kleine zandwegen liep.

THE STATION OF ST. GILLIS WAES

MAJOOR GENERAAL SIR ARCHIBALD PARIS

Kolonel - Later Generaal - Jack Seely

Lord Mottistone  

Kolonel - later Lt. Gen. -

George Tom Molesworth Bridges

HET BELEG VAN ANTWERPEN
OKTOBER 1914


DIT ARTIKEL GEEFT DE ERVARING VAN MAJOOR A. A. GORDON WEER TIJDENS HET BELEG VAN ANTWERPEN IN 1914


Donderdag, 8 oktober 1914

Omstreeks 12.30 s'morgens begaven we ons terug naar het Britse hoofdkwartier, waar de bombardementen fel toenamen. We bereikten Antwerpen terug omstreeks 2.00u, en begaven ons naar het huis van de Burgelijke Gouverneur, waar ik had verbleven sinds de herfst,  op het verzoek van de Gouverneur, werd Kolonel Seely hier uitgenodigd. Op dit ogenlik waren er maar weinig inwoners te zien in de straten, maar vele vluchtelingen scholen langs de gevels van de huizen. Het bombardement ging non-stop door. Ik stond heel de nacht bij de telefoon op wacht. Kort na zeven uur 's morgens begaven we ons naar het Belgisch hoofdkwartier om Generaal Deguise te zien. Hier vernamen we dat het Britse hoofdkwartier onverdedigbaar was geworden en deze verhuisd was naar 22 Rampart, Kipdorp, dat dichter bij het Belgische hoofdkwartier was gelegen. Hierna begaven we ons terug naar het Hotel St. Antoine, en vonden het er volledig verlaten, en keerde terug naar het Belgische hoofdkwartier, waar  alle Belgische en Britse stafchefs zich hadden verzameld. Hierbij werd besloten dat de verdediging moest doorgaan totdat bepaalde forten zouden ingenomen worden, die alle verdediging hopeloos zou maken. Schrapnell granaten vlogen inmiddels langs alle kanten en Generaal Deguise besloot om het Belgisch hoofdkwartier te verhuizen naar de kaai naast de Schelde. Het Britse hoofdkwartier volgde al snel voor de gemakkelijkheid. Juist buiten de Mechelsepoort, werd de wagen van Kolonel Seely geraakt door een granaat, die ervoor zorgde dat één van de wielen verwrongen werd. Zijn chauffeur, vervangde deze met het reservewiel, met een opmerkelijke kalmte, terwijl zes andere granaten in zijn omgeving ontploften. Dit deed zich voor bij een tweede bezoek aan de forten.  Tien wagens en bussen geladen met munitie en dergelijke, meldden zich bij het oude Britse Hoofdkwartier van Kipdorp, na 10u. General Paris beval mij om het convooi veilig naar de kaai te brengen. Hierna diende ik langs de kaai enkele motorschepen te vinden, waar de Belgische en Britse gewonden uit het Britse veldhospitaal mee konden geevacueerd worden. Ik vorderde een Vlaamse motorcamion om de munitie mee te vervoeren, en vond na een uur of anderhalf uur de nodige motorboten, zoals opgedragen. Terwijl waren vele grote herenhuizen reeds in brand gevlogen door de bombardementen. Vanaf dit ogenblik werden ook granaten gegooid van zowel Zeppelins als vliegtuigen, maar met weinig resultaat. 


Rond vier uur werd een raad van Oorlog gehouden op de kaai en alle situaties uitgelegd voor een mogelijke terugtrekking, in feite werden reeds schepen gevorded om de troepen over de Schelde te krijgen, in het geval dat de Pont de Bourght en de Pont de Flandre (beide tijdelijke bruggen van boten) onbruikbaar zouden worden door bombardementen. Wanneer de raad zo goed als op zijn einde was, begaf een Artillerie officier zich tussen de officieren met de boodschap dat de Forten 1 en 2 waren gevallen en dat de verdediging nu onhoudbaar was geworden. Generaal Deguise zei hierop "C'est fini", en het bevel tot  terugtrekking van het leger werd gegeven. 

Kolonel Seely en ik begaven ons in zijn persoonlijk motorvoertuig (diegene met het reservewiel op - het verbogen wiel begeeft zich momenteel in Apsley House) naar de telefooncentrale, die gelegen was in een kelder naast de officiële telefooncentrale, en spraken er met de Londonse authoriteiten. 

Rond half 6, vertrokken we terug met de auto naar het hart van Antwerpen met ontploffende granaten langs alle kanten. De telegraafdraden en elektrische draden van het tramnet boven de straten waren naar beneden gekomen door de bombardementen en zorgden ervoor dat we de motorlampen diende te ontsteken.

We vervolgde onze reis door de Mechelsepoort en passeerden het vroegere, nu inmiddels gevacueerde Britse Hoofdkwartier, tot we de Royal Marines tegenkwamen, die in de reservelinie stonden, ten oosten van de grote steenweg. Zij werden bevolen om dekking te zoeken en te wachten op onze terugkomst, met de troepen uit de voorste linie. Wanneer we deze laatste bereikten, zo een 450 yards buiten Oude God, op de Mechelsesteenweg, gaf Kolonel Seely het bevel aan Kapitein Compbell, R.N., om het bevel tot terugtrekking van de Naval Division te geven aan de troepen die zich in de oostelijke kant van de loopgrachten begaven. Hierna diende hetzelfde gedaan te worden met de westelijke kant. Seely, gaf ook mee om enkele soldaten in de loopgraven te laten om het geschut niet te laten stoppen, zodat de meerderheid zich in een veilige positie kon brengen. Verschillende officieren werd gevraagd om de orders te herhalen, zodat ze deze zeker nauwkeurig opvolgden. De orders werden zeer precies gevolgd en terugtrekking was in de meest perfecte orde geleid, zonder dat iemand ook maar een opluchting had om te vertrekken. In feite hadden vele manschappen spijt om de loopgraven te verlaten. 

DETAIL VAN DE PONTONBRUG OVER DE SCHELDE

SPOORWEGSTATION VAN SINT NIKLAAS

Vrijdag, 9 oktober 1914

St Gilles-Waes werd bereikt omstreeks 7 uur 's morgens en kleine versnaperingen werden verdeeld onder de troepen, en snel aan boord van een trein werden gebracht. Verschillende motoren begaven zich terug naar Beveren-Waes om achterblijvers op te halen, en vijf zwaar geladen treinen vertrokken. Het stationpersoneel was argwanend over het feit dat de treinen hun bestemming wel zouden halen. Wanneer alle achterblijvers waren opgehaald, werd ik door Generaal Paris bevolen om met een auto een mijl buiten St Gillis Waes te rijden, op de baan naar Beveren-Waes om een laatste controle uit te voeren. Hier kwam ik een groep van zeventig soldaten tegen die met hoge snelhied marcheerde richting St Gillis Waes. Deze groep was haastig vooruit gestuurd, en deze meldde dat er geen achterblijvers in hun groep waren. Tijd was kostbaar en ik vervoegde mijn zoektocht. Het mag hier vermeld worden dat de lange mars werd uitgevoerd in de meest perfecte manier, en zonder het minste geklaag van een individu, wetende dat zij lange tijd in de loopgraven verbleven hadden, onder hevig vuur en zonder versnaperingen of enig comfort deze lange mars aflegden. 


In de laatse trein die vertrok, werden vele vluchtelingen toegelaten door het stationpersoneel om lege plaatsen op te vullen. Een grote vergissing. Generaal Paris, Kolonel Seely en Aide-de-Campe (Mr. Greenwood) en ikzelf wachtten in het station van St Gillis Waes zo een half uur nadat de laatste trein was vertrokken, en vertrokken hierna per auto richting Brugge. We verkenden één of twee stations om te zien dat de lijn nog intakt was. De informatie was telkens bevredigend. We arriveerden, in Brugge om 14u, er werd een rust van een uur afgekondigd, vooralleer we verder reisden naar Oostende. Die avond reden we terug naar Brugge, om navraag te doen over de troepen die vanuit St Gillis Waes zijn gekomen. 


Zaterdag, 10 oktober 1914

Omstreeks 2.25u gaf Kolonel Seely mij de opdracht om het Britse hoofdkwartier op te bellen in Oostende, om de aankomsttijden van de treinen op te vragen. Deze gegevens werden zo een half uur later ontvangen.
Tegen 7 uur gaf Kolonel Seely mij de opdracht om naar het station van Brugge te gaan om te kijken of zijn orders van vorige nacht waren uitgevoerd. Er waren namelijk geruchten dat enkele manschappen vermist waren, maar andere bronnen vermeldden dat deze per trein onderweg waren naar Brugge. De manschappen die verleden nacht aangekomen waren in Brugge waren reeds ondergebracht en hadden genoten van een goede maaltijd. We vernamen later dat een stuk van de First Brigade vermist was, en niet kon gevonden worden.

Die avond, vernamen we in Oostende dat er informatie was binnengekomen vanuit Nederland, dat de vermiste groep de Nederlandse grens was overgestoken en geinterneerd was. In de late avond begaven we ons terug naar Brugge, om verdere inlichtingen te vernemen, en bij onze terugkomst beraadslaagde Kolonel Seely met mij. Een Belgische vriend van mij bood direct zijn hulp aan en begaf zich met de auto naar het punt waar de Britse eenheid de grens zou hebben overgestoken, en hier de grens zou oversteken om enige informatie te vernemen over de vermisten.


Zondag, 11 oktober 1914

Tegen 5 uur 's morgens vertrok de vernoemde vriend voor de Nederlandse grens, maar was nog niet teruggekeerd tegen 18u, noch had hij telefonisch contact opgenomen van Eeklo, zoals afgesproken. Op dit ogenblik begaf Kolonel Seely zich oostwaards, maar tegen 20u kwam de vernoemde vriend terug met de volgende informatie: Hij had de exacte locatie gevonden, waar de eenheid over de Nederlandse grens was gegaan, en leerde daar, met de hulp van een burgemeester, dat 24 uur geleden, de eenheid de grens was overgegaan en naar een haven bij de Schelde werd gebracht, en van hieruit met een stoomboot naar Fort Bath werd gebracht aan de noordelijke Schelde, waar ze geinterneerd werden met zo een 1.000 Belgische soldaten. Zo een 100 Duitse soldaten waren eveneens rond hetzelfde tijdstip de grens overgestoken en werden overgebracht naar een interneringskamp in Vlissingen. De burgemeester vertelde ook, dat als de vriend zoeen 12uur eerder was gekomen, dat het mogelijk was geweest om de eenheid vrij te krijgen samen met het terug oversteken van de Belgische grens, met de volledige manschappen van het First Brigade samen met hun Belgische bongenoten !

Kolonel Seely keerde terug naar Oostende om 22.30u, en ik hem informeerde over de situatie over de vermiste manschappen. Er was een gerucht in Oostende dat de andere vermiste manschappen op weg naar Brugge, waren opgehouden doordat een stuk van de spoorweg vernield was en hierdoor de trein hadden moeten verlaten. Ze zouden een kleine schermutseling met de vijand gehad hebben, waardoor ze de Nederlandse grens dienden over te steken, maar zouden België terug bereikt hebben. 


Maandag, 12 oktober 1914

Omstreeks 8u vloog een Taube vliegtuig over Oostende, en gooide verschillende bommen. Terwijl ik op weg was naar Engeland omstreeks 12.50u, aan boord van de S.S Invicta, verscheen er een Taube Albatros vliegtuig en gooide twee bommen, één ervan kwam neer op wat ik dacht dat de   Naval Aviation Ground was. Twee Britse biplanes verschenen, maar konden de Albatross Taube niet achtervolgen.

Ik bereikte london omstreeks 19u, en werd onder instructies naar de Admiralty gebracht, waar de First Lord zo goed was mij te ontvangen, en mij vroeg om een rapport op te maken, dat hierin is opgenomen. Ik betreur dat dit memorandum I reached London at 7 o'clock, and under instructions proceeded to the Admiralty, where the First Lord was good enough to receive me and asked me to make out and submit the report as herein drawn up. I regret that this memorandum het meest onvolmaakte moet lijken, maar het was onmogelijk om naar mijn dagboek te verwijzen, samen met mijn gemarkeerde kaarten, die momenteel in de handen van de First Lord ter inzage liggen. Zo ben ik dus niet in de mogelijk om bepaalde punten meer in detail uit te leggen. Verder, diende dit memorandum aan de First Lord overhandigd worden de volgende ochtend, waardoor een hele nacht dient uitgetrokken te worden voor het werk, na een week waarin ik bijna geen slaap heb gehad !

Het is misschien belangrijk om te weten dat de geschonken goederen van de Belgian Relief Fund allemaal werden uitgedeeld aan de arme vluchtelingen op woensdag 7 oktober, en dus geen enkel ervan in vijandige handen is gekomen. 

Als conclusie, wil ik verzoeken om te mogen getuigen van het geweldige moreel van de Britse troepen en hun kracht van uithoudingsvermogen onder nieuwe en meest beproefde omstandigheden.

Ik zou eraan willen toevoegen dat er geen grote aantallen in slachtoffers zijn, gezien ik de verschillende hospitaals heb bezocht, waar zowel de Belgische als Britse troepen waren ondergebracht. De Britse verpleegsters weigerden samen met de Britse gewonden te evacueren, terwijl zij nog zorg konden bieden voor de Belgische gewonden. De grootste groep gewonden was te wijten aan Schrapnell granaten op de Mechelsesteenweg tijdens de bevoorrading van eten aan de Naval Division. De slachtoffers die gevallen zijn in de loopgraven zijn miniem en geen enkel slachtoffer was gevallen bij de terugtrekking in de nacht van 8 oktober 1914 - een feit dat moeilijk te geloven is, gezien de conditie van de straten en het grote aantal granaten dat ontplofte in de stad.


(Gesigneerd) A. A. GORDON


APSLEY HOUSE,
PICCADILLY,
LONDON, W.
12th October 1914.


DE S.S. INVICTA

BRON: 'CULLED FROM A DIARY' - A. A. GORDON - 1941

AAGORDON.BE

HONOURABLE PARTNERS

THE MAJOR A. A. GORDON SOCIETY, founded in 2019, is the worlds prominent international non-profit educational society for preserving the historic legacy of Major A. A. Gordon.



Copyright, 2020 - MAJOR A. A. GORDON SOCIETY - ALL RIGHTS RESERVED