kingsmessengernl

THE KINGS MESSENGER

KONING ALBERT I VAN BELGIE 

"Een buitengewone gelegenheid gebeurde, dat mijn gemoedstoestand weer hoop gaf voor een werkgelegenheid over zee. I ontving een bericht van een lid van het Belgisch Koninklijk huishouden van Koning Albert, om een taak te volbrengen in Engeland voor zijne majesteit en hierna af te reizen naar de Koning en Koningin in het kleine badstadjes De Panne, waar deze verbleven.

......


"Ik kreeg een warm welkom van iedereen in De Panne. De koning en koningin verbleven in aan kleine villa in de duinen, terwijl het grotere huis werd ingenomen door een garde van Rijkswachters en huisvestigde gasten.


.....


"Ik werd gevraagd of ik de plichten van Belgian Kings Messenger wou opnemen. Ik accepteerde meteen met grote blijdschap en inmense fierheid. Zijne majesteit benoemde me Attaché à la Maison de Sa Majesté le Roi des Belges, en onze War Office waren verheugd om deze titel officeel te accepteren in werd zo vermeld in de ere onze Army List."

....


Met deze woorden, beschrijft Majoor Gordon in zijn boek hoe hij benoemd werd tot Belgian King's Messenger. Een eervolle positie die hij behield van 1914 tot 1922. Als vertrouwenpersoon van de Belgische koninklijke familie was hij betrokken bij vele avontuurlijke reizen naar het front en Engeland, ontmoette hij meest belangrijke personen zoals leden van de Britse Koninklijke familie, verschillende Lords en hoog geplaatste officieren van alle geallieerde legers. Boven zijn plicht, vervulde hij persoonlijke en privé missies, en kwam hij ongeschonden en ongewond uit bombardementen. Kolonel Seely, zei in het voorwoord van het boek 'Culled from a Diary' door A. A. Gordon, dat hij zelden een man had gekend die zo koel en efficient bleef onder hevig vijnadelijk vuur.  Hij voegde eraan toe dat zijn longe ervaring hem had geleerd had dat in dit type serene moed verblijft.


De vriendschap tussen Gordon en Koning Albert I is vereeuwigd in de gesigneerde foto - die rechts is afgebeeld. De foto werd aan Gordon geschonken, samen met het commandeur in de Leopold II orde. Het feit dat Koning Albert de foto signeerde met Albert in plaats van King of Roi, geef weer dat de vriendschap zich buiten alle titels en werkrelaties bevond.


VOORAF


Op 12 oktober 1914, na de terugtocht uit Antwerpen, werd Majoor Gordon opdracht gegeven om officiele papieren naar de Admiralty in London te brengen. Hij verliet Oostende aan boord van de S.E.&C. Railway steamer (S.S. Ittica). Wanneer het schip de open zee bereikte, werd het door een vijandelijk vliegtuig aangevallen, zonder dat er schade werd toegediend. Een paar uur later ontscheepte Majoor Gordon in Dover, waar een trein op hem stond te wachten. Op de trein kreeg hij een telegram van Wiston Churchill, alias de First Lord of the Admiralty, dat hij hem zo spoedig mogelijk wou spreken bij zijn aankomst in London. In London werd Majoor Gordon begeleid naar het huis van de Prime Minister, waarna hij een verslag uitbracht van zo een anderhalf uur, over de gebeurtenissen van Antwerpen. Hierna werd hem tot de volgende ochtend gegeven om een volledig rapport uit te schrijven. Samen met een typiste, die Majoor Gordon's vriend was, klaarde ze dit tijdens de nacht. Twee dagen later reisde Majoor Gordon naar huis voor een korte vakantie.  


HOE HET BEGON


Na zijn korte vakantie, werd Majoor Gordon gevraagd om een taak te vervullen in London voor zijne majesteit de Koning van België. Hierna diende hij naar De Panne te gaan, waar de Koning en Koningin zich hadden gevestigd. Bij zijn aankomst werd hij hartelijk ontvangen door het personeel van de koninklijke familie, en werd rondgeleid door de drie Koninklijk villas. De eerste deed dienst als de persoonlijke vertrekken van de koninklijke familie., de tweede was een Rijkswacht hoofdkwartier en diende als gastenhuis voor bezoekers. De derde deed enkel dienst als opslagplaats voor medisch materiaal voor een nabij gelegen veldhospitaal. Koning Elisabeth drong er namelijk op aan om voor een groot hospitaal in De Panne op te richten, waar maar liefst 800 patienten konden verzorgd worden. Naast deze paviljoenen werden later zo een 70 baden geinstalleerd met warm en koud water, andere paviljoenen werden gebruikt voor het wassen. Het werd uiteindelijk de meest moderne kliniek aan het geallieerde front, en werd bemand met goed medisch personeel en verpleegsters vanuit heel Europa en Amerika. Het hospitaal werd genaamd 'Ambulance L'ocean', omdat ze gevestigd was in het oude hotel L'ocean in De Panne.


Het was tijdens zijn bezoek in De Panne, dat Koning Albert hem vroeg om de plichten van 'Kings Messenger' op te nemen. Majoor Gordon accepteerde met grote blijdschap en fierheid deze functie. Zijn titel zou voortaan: Attaché à la Maison de Sa Majesté le Roi des Belges heten. Enkele dagen later keerde Majoor Gordon terug naar London om verschillende taken voor de koninklijke familie uit te voeren. Koningin Elisabeth vroeg hem of hij op zijn weg naar Boulogne, via Ieper kon gaan. De vraag kwam doordat de Koningin een brief van Princess Beatrice, de jongeste dochter van Koningin Victoria, had gekregen, waarin ze vroeg of zij haar iets kon laten weten over het graf van haar zoon Maurice die was omgekomen in de slag om Ieper op 27 oktober 1914. Majoor Gordon vertrok vanuit De Panne samen met de bekende reiziger en vriend van de Koninklijke familie, mr A. Henry Savage. Samen arriveerden ze in het verwoeste landschap van Ieper, en vonden het graf van Prince Maurice, in de stedelijke begraafplaats en Savage fotografeerde het graf. Samen bezochten ze ook de graven van Kapitein Lord Charles Mercer-Nairne en  Kapitein William Cadogan. Aan de buitenzijde van het stedelijk kerkhof, werd een veld gebruikt om de meest recente slachtoffers te begraven. De conditie van deze graven had een verschrikkelijke indruk op Majoor Gordon nagelaten. Mr Savage en Gordon reisden verder naar St. Omer, waar ze de nacht doorbrachten, voordat ze verder naar Boulogne reisden. Tijdens hun reis de volgende ochtend, werd Mr. Savage aangehouden op verdenking van spionage en werd zijn camera in beslag genomen. Hierbij diende Majoor Gordon alleen verder te reizen naar Boulogne.  Achteraf vernam Majoor Gordon dat Savage werd vastgehouden voor drie dagen en bij zijn vrijlating zijn camera niet had  teruggekregen.

THE GRAVE OF PRINCE MAURICE

AT THE .. CEMETRY

 PRINCE MAURICE OF RATTENBERG

18 - 1914

MR. A. HENRY SAVAGE


Majoor Gordon keerde al snel voor een korte tijd terug van London naar De Panne, gezien hij nog enorm veel werk had in London voor de oprichting van Koningin Elisabeth's hospitaal. Na zijn bezoek aan De Panne, vroeg Koningin Elisabeth of hij in Duinkerke een hospitaal kon bezoeken, gezien de Koningin had gehoord dat deze overbevolkt was en er maar heel weinig personeel was met zeer weinig middelen. Het bezoek diende in alle stilte worden uitgevoerd, gezien noch de Franse, noch de Belgische overheid te weten mochten komen dat de koningin zich zou mengen  met een Franse instantie. Doch wilde de koningin weten hoe het met de twintig of dertig Belgische soldaten was die er verpleegd werden.  Majoor Gordon arriveerde in Duinkerke, en vond het desbetreffende hospitaal, maar was bezorgd dat hem de toegang zou geweigerd worden. Het geluk was echter aan zijn kant, gezien het voertuig waarin hij reed de letters S.M. op de deur waren geschilderd, en de Franse soldaten dit meestal interpreteerden als 'Sa Majesté', waarbij ze eigenlijk slechts stonden voor 'Service Militair'. Bij het betreden van het hospitaal, zag Majoor Gordon dat er zo een 900 gewonden verbleven en op vuile vloeren dienden te liggen. Ze werden allemaal slechts geholpen door een Franse dame, een oudere Engelse dame en een jongere die hen assisteerde. Ze hadden zo goed als geen medische supplies en het enige water dat ze hadden was dit van een waterput in de binnenplaats, waarvan het water momenteel bevroren was. Majoor Gordon had een lang gesprek met de Engelse vrouw, die hem vertelde dat er verschillende patienten reeds zelfmoord hadden gepleegd, door tijdens de nacht door het raam te springen, vanwege de hoge koorts.


De toestand had zo een groot effect op Majoor Gordon, dat hij bij zijn aankomst in London direct de meest noodzakelijke materialen kocht en liet verschepen naar het hospitaal, waarbij deze de volgende dag zouden geleverd worden. Hierna bezocht hij de Franse ambassade in London, waar hij de ambassadeur goed kende, en hem over de toestand in het hospitaal van Duinkerke informeerde. De ambassadeur zei dat hij de toestand gin proberen te verbeteren, maar vroeg aan majoor Gordon om de zaken niet openbaar te maken. Dezelfde avond, stuurde hij een rapport over het hospitaal naar De Panne.

IN HET HUISHOUDEN VAN DE KONINKLIJKE FAMILIE


Tegen het einde van mei 1915, klaarde het weer op aan de Belgische kust en koningin Elisabeth liet een tent optrekken nabij het stand, voor de koninklijke villas. Hier besteedde ze haar dagelijkse verplichtingen en correspondentie. Majoor Gordon werd meerdermalen in de tent gevraagd en omstreeks 4 uur in de namiddag werd er thee, brood en boter gebracht vanuit de villa. Op een gegeven moment verscheen er een kolonie ratten voor de ingang van de tent, en de koningin gooide enkele kruimels naar hen. De koningin had hier grote vreugde van. Zowel Koning Albert I en koningin Elisabeth waren grote dierenvrienden.
 

In juni 1915, kreeg Majoor Gordon de opdracht om Commandant Davreux, de officiele fotograaf van het Belgische hoofdkwartier, bij te staan om in Ieper bepaalde fotos te gaan nemen. Na hun opdracht uitgevoerd te hebben, fotografeerde ze het graf van Majoor Gordon's goede vriend, Kolonel James Clark. Bij hun terugreis naar De Panne hoorde ze in de verte doedelzak muziek en zagen al gauw het eerste battaljon van de Gordon Highlanders. Majoor Gordon was verrast dat slechts één officier was overgebleven, van het battaljon dat in augustus 1914 was vertrokken, toen zijn oudere broer de onderbevelhebber van het regiment was. Commandant Davreux kwam later in de oorlog om door een sniperschot, terwijl hij een grote krater fotogreefde. Majoor Gordon was aanwezig op zijn begravenis in Adingkerke.
 

Tegen het einde van juni 1915, verbleef Majoor Gordon voor enkele dagen in Engeland, totdat hij het bericht kreeg om Prinses Marie-José van haar school in Essex naar De Panne te brengen. In het Victoria Railway station, ontving Majoor Gordon een telegram van koningin Elisabeth, met de vraag of hij zo een 1.000 tal speelkaarten kon meebrengen. De trein zou omstreeks 10u vertrekken en was op dit ogenblik reeds om halftien gepasseerd. Majoor Gordon lukte het via een kennis om de kaarten nog net binnen de tijd te laten leveren in het station. Tijdens hun oversteek van het kanaal hadden Majoor Gordon en de prinsess lunch op het dek van het schip en beide werden later ontvangen door Koningin Elisabeth en prins Leopold. De koningin verklaarde aan Majoor Gordon, dat Koning Albert de dag ervoor in de loopgraven was en de manschappen vroeg of zij speciale verzoeken hadden. De manschappen vroegen hierbij om speelkaarten, en zo werd het telegram van Koningin ontwetend aan de koning die nacht verstuurd. De koningin verwachtte dat Majoor Gordon dit niet zou hebben klaargekregen in deze korte tijd, maar Majoor Gordon antwoordde haar dat de kaarten binnen het uur zouden moeten arriveren. Zowel de koningin en koning waren zeer tevreden en een officier van het huishouden bracht de kaarten naar de loopgraven de volgende morgen.


Majoor Gordon had het voorrecht om vele wandelingen met Koning Albert I te maken op de stranden van De Panne en op één bepaalde gelegenheid, besproken beiden over het begip getrouwheid. Majoor Gordon merkte hierbij op hoe geliefd de koning was onder zijn manschappen, waarop koning Albert antwoordde: 


"Majoor, Er zijn verschillende graden van trouw. het beste voorbeeld hiervan was de trouwheid van uw landgenoten aan hun prins, wanneer deze werd opgejaagd en gezocht in de Westelijke eilanden van Schotland, na (de slag van) Culloden (1746). Met een enorme beloning voor zijn arrestatie, droomde er geen enkele Schot van om hem te verraden. Ondanks ze hem enkel van naam kenden, voelden ze toch een bepaalde loyaliteit voor hem." Koning Albert I  



DE LEGENDE


Tijdens een van zijn terugkeren naar De Panne aan het einde van 1917, vertelde een personeelslid een gebeurtenis tussen Koning Albert en één van de Belgische ministers. Bij een bezoek van één van de Belgische ministers aan Koning Albert, vertelde hij Koning Albert dat hij tijdens zijn komst, was tegengehouden door een soldaat, die hem om een lift vroeg. De minister had het verzoek geweigerd, omdat hij niet wilde gezien worden met iemand met de rang van soldaat. Koning Albert antwoordde hierop:


"Ik word vaak op dezelfde manier tegengehouden en ik ben altijd blij om het verzoek te accepteren"


Majoor Gordon was zelf getuige van één van deze gebeurtenissen, wanneer op een namiddag de wagen de Koning Albert werd tegengehouden door een zeer jonge Britse officier, die smeekte om een lift te krijgen. Koning Albert zei "Jump in behind". Gezien de zetel vooraan bezet was, en op de achterbank zich slechts één Belgische militair bevondt. De jonge officer merkte op dat de chauffeur de wagen zo goed bestuurde tegen hoge snelheid. De Belgische militair vertelde hem al fluisterend dat de Koning zelf aan het stuur zat. De arme officier bezweek bijna en smeekte om hem direct uit te laten en zijn reis te voet verder te laten zetten. Zijn verzoek werd geweigerd, en Koning Albert genoot onmetelijk van de situatie.

LORD STAMFORDHAM 

LORD CURZON 

BEZOEK AAN SCHOTLAND


Tijdens het koninklijke bezoek van het Belgisch koningshuis aan Engeland, werd een reis ondernomen naar Edinburgh met Lord Athlone en Sir Charles Cust. De delegatie nam de trein in King's Cross Railway Station (Londen) en Majoor Gordon ontving een bericht op de trein dat koning Albert erop stond dat hij hen zou rondleiden in de stad bij hun aankomst. Bij hun aankomst in Edinburgh, stond de General Officer Commanding in Chief Scottish Command en zijn stafchefs samen met een eregarde hen op te wachten op het perron. Majoor Gordon escorteerde koning Albert door Edinburgh en zagen een driloefening in het kasteel van Edinburgh. De commandant van de companie herkende koning Albert en riep de companie tot de orde. Koning Albert was vereerd, maar zei later tegen majoor Gordon. "Majoor, jij treft hier de schuld voor, jou armband heeft mij verraden". Later bezocht het gezelschap de Grand Fleet. Koniging Elisabeth vroeg of zij een foto mocht schenken van haar aann het schip dat haar naam (H.M.S. Queen Elisabeth) droeg. De foto werd meteen genomen en werd meteen op het dek geplaatst met de volgende inscriptie: 


H.M. Queen Elisabeth


to


H.M.S. "Queen Elizabeth"


9.7.1917

HET EINDE VAN DE LEGENDE


Na de oorlog kreeg majoor Gordon een geheime opdracht die uitgevoerd werd in Nederland, nabij Beda. Hij geeft hier echter geen details over in zijn boek en andere opzoekingen hebben hier nog geen vruchten voor afgeworpen. Zijn enige vermelding is dat bij zijn terugtocht naar België een Nederlandse wacht hem onder schot hield, dit was één van de weinige keren dat majoor Gordon echt vreesde voor zijn leven. Na deze gebeurtenis bezocht majoor Gordon enkele graven in en rond Ieper en was vooral op zoek naar het graf van de tweede zoon the Duke of Wellington, waar hij de ere-secretaris voor was voor 14 jaar. Kapitein Lord Richard Wellesley, sneuvelde tijdens de eerste slag om Ieper en werd begraven in een Duits kerkhof nabij Kruiseik. Tijdens zijn zoektoch naar het graf, ontmoete hij Generaal Pitmann, die zelf op zoek was naar een jong familielid die diende onder the Royal Air Force.  
 

Vanwege de wapenstilstand, diende majoor Gordon steeds minder bezoeken te brengen aan België, doch waren deze ver van voorbij. Toen hij Admiraal Roger Keyes en zijn vrouw vergezelde naar het paleis in Laken, vertelde koning Albert aan Gordon dat hij hoopte dat zijn verplichtingen aan hem nog niet voorbij waren, en bedankte hem voor alle reeds geleverde diensten.


In 1920 ontving Majoor Gordon een boodschap, dat King Georges V hem speciaal had geselecteerd bij de Britse attaché's voor het staatsbezoek aan London door de Belgische Koninklijke families. Het bezoek vond plaats op maandag 4 juli tot vrijdag 8 juli 1920. Het was tijdens deze gelegenheid dat Koning Albert Majoor Gordon decoreerde met het Commandeur in de Leopold II orde en hem een gesigneerde photo gaf van zijn laatste portrait.


Twee jaar later, na het staatsbezoek van de Belgische koninklijke familie, kondigde de Britse monarch aan dat een staatsbezoek aan Brussel werd gepland. Majoor Gordon werd hierdoor door de leidinggevende aan het Belgisch hof, op vraag van Koning Albert, gecontacteerd om naar Brussel te komen voor de gelegenheid die op 7 mei 1922 plaats vond. Majoor Gordon werd bij zijn aankomst in België naar het paleis van Laeken gebracht, waar hij alleen samen de Koninklijke familie dinneerde. De volgende dag reden ze samen naar het koninklijk paleis in Brussel. King George en Queen Mary arriveerde in de namiddag en de hele dag was voorzien van feestgelegenheden. De volgende dagen waren voorzien van uitstappen naar verschillende steden en museums zoals het koloniaal museum van Tervuren.

KAPITEIN COMMANDANT DAVREUX


GRAF VAN KAPITEIN COMMANDANT DAVREUX TE ADINKERKE


GEDECOREERD MET HET CROIX DE GUERRE


Majoor Archibald Alexander Gordon werd onderscheiden met het Belgische oorlogskruis (Croix de Guerre) door niemand minder dan Koning Albert I. Dit gebeurde op een avond, wanneer koning Albert, majoor Gordon's hand nam en de volgende woorden sprak:


"Ah, Majpor, ik wens u te onderscheiden met ons Croix de Guerre,  voor uw gewijde diensten aan ons en onze soldaten, en het is ook als erkenning voor uw moed in Antwerpen. Het doet mij groot genoegen om u dit te geven."  - Koning Albert I -  


Na de toespraak, opende Koning Albert een kleine doos, en haalde de decoratie eruit en spelde deze op Majoor Gordon's uniform. Heel het huishouden feliciteerde hem en verzocht hem om het ereteken te dragen bij het diner die avond.

BEZOEK AAN ENGELAND


In het begin van 1917 bezocht Koningin Elisabeth Engeland. Tijdens die gebeurtenis, vroeg ze aan Majoor Gordon of hij haar wou voorstellen aan zijn vrouw. Samen met gravin Ghislaine de Caraman Chimay, brachten ze enkele uren door in het huis van Gordon. Gravin Ghislaine de Caraman Chimay was een goede vriendin Koning Elisabeth.


In juli 1918, ontving Majoor Gordon een telegram, dat aankondigde dat de koning, de koningin, 'a lady in waiting', twee leden van het militair huispersoneel en vier dienstbodes naar Folkestone zouden afreizen, samen met de vraag of Majoor Gordon een hotel arrangement kon regelen. Het bezoek was in het teken van het zilveren jubilee van Koning George V en Koningin Mary, waarbij een mis werd opgedragen in St. Paul(s Cathedral op 6 juli 1918. Majoor Gordon spoedde zich zo snel mogelijk naar Buckingham Palace om de komst van de Belgische koninklijke familie aan te kondigen. Hij werd ontvangen door Lord Athlone in het paleis, waarbij later Princess Alice en Lord Stamfordham hen vergezelde. Later vroeg Lord Stamfordham aan Majoor Gordon om hem te vergezellen naar Lord Curzon om het nieuws over te maken. Hierbij vertelde Lord Stamfordham Gordon dat de hele delegatie van Koning Albert direct naar het paleis moest gebracht worden op 6 juli, en deze diende twee minuten na twee te arriveren. Geen minuut vroeger of later. Majoor Gordon kreeg hierna twee speciale motorvoertuigen ter beschikking van the Under Secretary of State of War samen met een green pass, zodat hij zonder problemen het ganse land zonder stops kon doorkruisen. Majoor Gordon reserveerde kamers in het Grand Hotel in Folkestone, en ontmoete hierna Admiraal  Keyes in de haven, waar ze de komst van de koning opwachte. Majoor Gordon werd geïnformeerd dat de koning en de koningin in twee aparte vliegtuigen zouden arriveerden, en de landing gebeurde kort hierna. Het militair personeel en de dienstbodes arriveerde dezelfde avond met een troepenboot, juist optijd voor het diner. Alle Belgische baggage was echter vermist en noodzakelijke zaken dienden die avond nog aangekocht te worden in de stad.  De koning en koningin trokken zich vroeg terug. In de vroege ochtend klopte koning Albert op de kamerdeur van Majoor Gordon en verscheen in nachtkledij, en keek nogal ongemakkelijk. Hij informeerde Majoor Gordon dat het geschenk voor het Silver Jubilee was achtergebleven in De Panne, en vroeg of Majoor Gordon nog rap iets kon kopen in de stad. Majoor Gordon had de grootste moeilijkheid om niet te glimlachen en informeerde koning Albert dat er geen geschikt geschenk kon worden gevonden in een kleine stad als Folkstone. De enige oplossing die majoor Gordon kon bedenken was om Lord Curzon te contacteren in London, het probleem was echter dat deze een lange slaper was en op dit uur nog zou slapen. Majoor Gordon telefoneerde hem ongerust op, waarbij Lord Curzon onmiddelijk de telefoon opnam. Majoor Gordon bracht hem op de hoogte van de situatie waar de koning en koningin zich in bevonden. Curzon antwoordde dat hij zo spoedig mogelijk zal opstaan om in Bond Street een geschikt geschenk te kopen. Nadat een bedrag werd afgesproken voor het geschenk, vroeg Lord Curzon hoe het geschenk ongezien aan de koning en koningin kon overhandigd worden. Majoor Gordon informeerde Lord Curzon dat de Politiechef in Buckingham palace een goede vriend van hem was, en dat het geschenk aan hem moest gegeven worden, met de boodschap dat het enkel aan majoor Gordon mocht overhandigd worden bij het binnenrijden van de koninklijke familie in Buckingham Palace omstreeks 14u. Majoor Gordon was zeer nerveus in de morgen wanneer de delegatie vetrok vanuit Folkestone naar Londen omstreeks 10u. Omstreeks 13.50 arriveerde ze in Londen en arriveerde en om 14u aan de toegangspoort van Buckingham Palace, waar Majoor Gordon's vriend, de politiechef, klaarstond met het geschenk en hem snel en efficient overhandigde. De koning en koningin arriveerden op het binnenplein exact om 14.02u, zoals opgedragen door Lord Stamfordham, die majoor Gordon begroette met de woorden: "Well done, Gordon!" terwijl hij hem op de rug klapte. Lord Stamfordham legde uit aan Gordon dat de normale Grenadier Guards vervangen dienden te worden door een companie Royal Scots Guards, die werden geselecteerd vanwege hun grootte en eerbetoon aan koning Albert. De Royal Scots Guards konden slechts in positie zijn omstreeks 14u, waarbij de koning diende te arriveren om 14.02u. 

OVERWINNINGSINTREDE VAN BRUSSEL
 

Koning Albert had Majoor Gordon beloofd dat wanneer de oorlog werd gewonnen, en hij door de straten van Brussel reed, dat majoor Gordon in zijn gezelschap zou zijn. Tijdens de wapenstilstand op 11 november 1918, begaf Majopr Gordon zich in London, waar hij een boodschap diende te brengen aan Buckingham Palace vroeg in de ochtend. Hier zag hij de vele gasten en vieringen op het binnenplein. Later werd hij geïnformeerd dat koning Albert op 22 november 1918 zijn intocht in Brussel zou houden. Majoor Gordon vertrok twee dagen voor de intrede naar Brussel, en arriveerde samen met Generaal Henry Wilson, die hem had vergezeld op zijn trip naar Laken. Samen arriveerden ze omstreeks 20u die avond.

 
Op 22 november 1918 starte het begin van de processie in Meulebeeck omstreeks 11.30u.  Na een lange processie door Brussel, betraden de koning en prins Leopold het koninklijk paleis en de genodigden werden ontvangen op het binnenplein. Majoor Gordon werd geplaatst tussen burgemeester Adolph Max en Kardinaal Mercier, die voor hem geen onbekende was. Later werd hij ook uitgenodigd op het banket in het paleis. De volgende dag werd majoor Gordon ook uitgenodigd op een banket in de Spaanse ambassade, dat gehouden werd door de ambassadeur Maquis de Villalobar, die majoor Gordon  goed kende, gezien de ambassadeur zijn vorige positie in Londen was. 

In de volgende dagen bezocht majoor Gordon
verschillende Belgische steden zoals Leuven, Waterloo en Mechelen, waar hij een uur bij Kardinaal Mercier verbleef. Majoor Gordon bezocht in deze tijd ook het graf van
Nurse Cavell in Brussel. 

DE LAATSTE OPDRACHT


Majoor Gordon was belast met het terugbrengen van de zogenaamde Belgische schatkist na de oorlog. Bepaalde Belgische onschatbare items waren tijdens de oorlog in Londen gestockeerd uit veiligheid. Deze items dienden nu terug naar België gehaald te worden. De opdracht was enorm zwaar voor majoor Gordon, vanwege het grote aantal goederen dat in de grootste geheimhouding moest vervoerd worden.  Tevens maakte het verwoest landschap van Vlaanderen en Frankrijk de tochten er niet gemakkelijker op. Op een nacht arriveerde hij uitgeput op het paleis en werd verwelkomd door koning Albert en Generaal Petain, die zelf versteld stonden van hoeveel kisten majoor Gordon in de auto had gekregen. Koning Albert stuurde majoor Gordon naar de rode eetkamer en zei dat hij een warme maaltijd moest bestellen bij het personeel. De voorman verscheen en majoor Gordon informeerde hem over de opdracht van de koning. De voorman vertelde majoor Gordon dat de oorlogswetten nog van kracht waren en dat het keukenpersoneel reeds vertrokken was. Hij zei dat hij iemand zou sturen naar een hotel om nog een maaltijd te vinden. Na veertig minuten, kwam de voorman terug met de boodschap dat niets gevonden werd. De man bood dan de helft van zijn eigen maaltijd aan, die hij naar huis wou meenemen. Beide verdeelden ze het brood en een klomp magarine. De volgende avond werd majoor Gordon uitgenodigd om samen met Koning Albert en prinses Marie-José te dineren. Het was een verrukkelijke avond voor majoor Gordon en hij werd die avond gedecoreerd met commandeur in de Kroonorde.


STAATSBEZOEK VAN DE BRITSE KONINKLIJKE FAMILIE AAN BELGIË IN 1922

AAGORDON.BE

HONOURABLE PARTNERS

THE MAJOR A. A. GORDON SOCIETY, founded in 2019, is the worlds prominent international non-profit educational society for preserving the historic legacy of Major A. A. Gordon.



Copyright, 2020 - MAJOR A. A. GORDON SOCIETY - ALL RIGHTS RESERVED