history_nl

THE MAJOR ARCHIBALD ALEXANDER GORDON

SOCIETY

CUSTODIANS OF THE KINGS MESSENGER COLLECTION

KAPITEIN A. A. GORDON

EN 

THE 9TH ROYAL SCOTS (THE DANDY NINTH)

OORSPRONG

Het 9th Volunteer Battalion Highlanders Royal Scots werd opgericht in de schadow van de Tweede-Boerenoorlog. De oprichting werd besproken in Edinburgh met Colonel William Gordon, die toen het commando voerde over   the first Regimental District, Majoor Ferguson, een officier die meer dan 20 jaar diende in een vrijwilligers battalion en Andrew Gordon, die een petitie had geopend voor mensen die zich wilde aansluiten bij een gekilt corps eens de oprichting ervan verwezenlijkt was.


Nadat de drie personen de oprichting hadden besproken begaf Majoor Ferguson zich naar de bevelhebbers van het reeds bestaande infantrie corps in Edinburgh en Leith. Het 4th en 5th Volunteer Battalion R.S. waren anthousiast over het initiatief, waaruit verdere onderhandelingen volgden. Ferguson gaf kennis over drie belangrijke punten voor de Highlanders:


  • Het battalion  dient zijn eigen volledig highland uniform te hebben.  
  • Ondanks ze dienst doet onder het grote corps van de Queen Rife Volunteer Battalion, Royal Scots, zal ze een onafhankelijke eenheid zijn onder haar eigen bevelvoerende officier en zorgen voor haar eigen economie, organisatie, discipline en efficientie in het Highland Battalion. De officieren zullen benoemd worden door de Highland Battalion en zullen verschijnen in de Army List. Dat het battalion zal ontstaan uit nieuwe recruten en geen effect zullen hebben op de promotie van officieren uit de oude Rifle battalions. 
  • De financien van het Highland Battalion zal gescheiden zijn van de oude battalions uit de Brigade en zullen worden toegezien door de commandant van de Brigade, de bevelvoerende officier van het battalion en eeen Financieel commitee.


Een brief over de oprichting van het battalion werd getekend en verstuurd door Majoor Ferguson aan Colonel H.R. Macrae, die de bevelvoerend officier was van de Queen's Brigade. Op 15 juli 1900 werd het voorstel goedgekeurd en werd Major Ferguson benoemd tot Lieutenant Colonel op 24 juli 1900.


Het eerste order werd ingesteld op 1 augustus 1900 waarbij de eerste paragraaf werd geschreven;

“Bij de aanstelling van mijn commandateur van het battalion, zal de bevelvoerende officier zich toevertrouwen op de medewerking van al zijn ondergeschikten uit alle rangen voor het behouden van de hoge waarden, efficientie en gedrag"



LT. COLONEL JAMES FERGUSON

Kapitein A. A. GORDON - 1902

Een 9e Battalion regiments medaille van de Major A. A. Gordons Cup.

In juli 1902 slaagde het battalion haar kamp op voor de eerste keer in Tyndrum als deel van de 1st Lothian Brigade, onder commant Colonel Broadwood. De brigade bestond uit het 4th V.B.R.S, een battalion van het Queen's Rifle Volunteer Brigade en het 9th V.B.R.S. Tegen het einde van week inspecteerde  Lieutenant-General Sir Archibald Hunter het battalion, dat de volgende dag terugkeerde naar Edinburgh.


Op 9 augustus 1902, stond kaptein A. A. Gordon aan het hoofd van een detachement van het battalion in de optocht voor de kroning van Koning Edward VII in London. 


Op 17 november 1902, presenteerde Ere-Colonel Sir Ian Hamilton de prijzen voor het afgelopen jaar. Hier ontving Kapitein zijn eerste en enige trofee, zijnde de Clan Fergusson Society Challenge Cup for Collective Firing.


In 1903 werd het battalion gekozen om samen met het 1st Battalion Royal Highlander (The Black Watch), het 3rd Battalion The Royal Scots en het 3rd Battalion The King's Own Scottish Borderers (The Lothian and Dumfriesshire Militia regiments), de 31ste Brigade te vormen in de 16th Division en het Sixth (Scottish) Army Corps. De brigade werd gekozen om een trainingkamp op te zetten op het nieuwe terrein van Stobs. Het battalion vertrok op 19 juli 1903 en haar kamp werd opgetrokken naast dat van de Black Watch.  Op de laatste dag van het trainingskamp diende de 31st Brigade een strategische positie in te nemen die verdedigd werd door de 33rd Brigade onder leiding van Kolonel Forbes-Macbean. De 31e Brigade won de oefening en opperbevelhebber was zeer tevreden met het resultaat. Later dat jaar werd een mitrailleur eenheid in het battalion opgericht. 

Het battalion diende haar sterkte snel uit te bouwen, maar door de late goedkeuring waren vele al bij een andere eenehid aangesloten. De eerste squad drill kon slechts gehouden worden op 13 augustus 1900, waarna het battalion nog slechts drie maanden resten voor het vrijwilligers jaar. Colonel Gordon werd gevraagd voor inspictie op 31 oktober. Tegen 27 oktober bestond het regiment uit 399 manschappen, wat een perfect aantal was gezien de eerste bestelling van uniformen maar 400 stuks bedroeg. De goedkeuring beschreef echter wel dat een totaal van 800 manschappen diende bereikt te worden, dus diende er nog vele gerecruteerd te worden. De eerste officieren werden benoemd op 6 augustus 1900, zijnde, Kapitein A. A. Gordon (Later Major Gordon), Lieutenant Mitchell-Innes en Quartermaster Andrew Gordon. Tegen het einde van september werden nog 12 extra officieren benoemd, waaronder Major Gordon's goede vriend Kapitein (later Lt. Colonel) James Clark.Een andere belangrijke benoeming was deze van Kapitein Henry Scrymgeour Wedderburn van de Gordon Highlanders die taak van Adjudant op zich nam. 


De eerste volledige drill werd gehouden in Queen's Park, Edinburgh op 22 september 1900. Op 13 oktober oefende ze een tweed drill uit in het park en op 20 september werd een parade gehouden in de Corn Exchange. Zeven dagen later inspicteerde Colonel Gordon het battalion in de Q.R.V.B. Drill hall. Colonel Gordon verklaarde later zijn mening alsvolgt  “Zeer tevreden met het resultaat". Hij was ook zeer tevreden dat het battalion voor de Hunting Stewart tartan had gekozen.

 

Het battalion werd verdeeld in zes companies nadat de zesde kapitein, A.S. Blair werd aangesteld. De companies bestonden als volgt:

  • A Company (Captain Gordon) - Vrijwilligers uit kantoren.
  • B Company (Captain James Clark) - Vrijwilligers uit advocaten kantoren of waren verbonden met het gerecht. 
  • C Company (Captain T.G. Clark) - Vrijwilligers uit het Noorden van de stad of uit drukkerijen.
  • D Company (Captain Blair) - Algemene vrijwilligers. 
  • E (and F) Company (Captain Campbell – Vrijwilligers uit Argyl en  West Scotland, Peth en Forfar 
  • G (and H) Company (Captain N. D. Macdonald) - Vrijwilligers uit Inverness en Ross, Aberdeen en Nothern Highlanders 


Al snel werden wedstrijdbekers opgericht en companie prijzen zoals: 

The Commanding Officer’s Cup (presented door Lt. Colonel Ferguson  - For best attendance 
The Officers Cup (Gepresenteerd door Officierenvoor de beste verdienste in de jaarlijkse schietoefeningen) ) 
The Clan Fergusson Society Cup (gepresenteerd door de Clan Fergusson Society – toegekend voor een speciale discipline in schietoefeningen)
The Rose Cup ( Een prachtige beker van Chinees vakmanschap gezonden uit het verre oosten door Lieutenant Rose - gebruikt voor een competitie binnen de verschillende companies.
Challenge Shield, later gepresenteerd door Major Wardrop, en toegekend voor uitmuntende fysieke drill, en gebruikt voor een competitie binnen de de verschillende companies voor militaire training en fysieke conditie. 
 
A Company – Captain A. A. Gordon’s Cup.  
B Company – Captain James Clark’s Cup. 
C Company – Captain T. G. Clark’s Cup.  
E Company – Captain A. M. Campbell’s Cup.  
F Company – Trofee gepresenteerd door the Clan MacLeod Society.  


In januari 1901 assisteerde het  battalion in de Proclamatie van Koning Edward VII in Edinburgh. Later werd ze vertegenwoordigd door Kapitein Campbell, Luitenant Gregorson en Luitenant Huie op de begrafenis van Koningin Victoria in London.  Het battalion scheidde van de Queen’s Rifle Volunteer Brigade in juli 1901 toen deWar Office de volgende brief schreef:


Sir-With reference to War Office Letter No. V/I/I/330, dated 28th June last, I am directed by the Commander-in-Chief to inform you that His Majesty has now been graciously pleased to approve of the Highland Battalion, now forming part of the Queen’s Rifle Volunteer Brigade, The Royal Scots (Lothian Regiment), being separated from that Crops and being formed into a separate unit, to be designated the 9th Volunteer Battalion (Highlanders) The Royal Scots (Lothian Regiment). A nominal list of the officers proposed to be transferred to the new Battalion should be forwarded as soon as possible.  


I am, Sir,  
Your obedient Servent 
(Sgd.) J. Laye, D.A.G.  

Het Battalion in formatie in juni 1902

DE OFFICIEREN IN STOBS MET KAPITEIN A. A. GORDON  ZESDE VAN RECHTS (STAANDE)

KAPITEIN A. A. GORDON'S  BRIEF VAN DANKBAARHEID BIJ KOLONEL FERGUSON'S ONTSLAG


“Bij het aftreden van Kolonel James Ferguson als bevelhebber van het battalion,verlangt hij alle rangen te laten weten dat hij zjin vertrek met grote spijt neemt, die door zijn persoonlijke redenen genomen is zonder invloed van enige vrijwillige overweging,waarbij hij zijn plicht met tegenzin neerlegt.  Hij bedankt alle rangen voor hun medewerking en ondersteuning van het regiment en heeft met grote appreciatie de geest en de energie die getoond is bij het geven van de hoge status in het Volunteer Corps van Schotland. Hij feliciteerd het battalion met zijn succes en de voldoening en stanvastige positie die ze heeft aangehouden in vier jaar en vier maanden. Het regiment is opgericht, georganiseerd, gekleed in het volledige Highland uniform, uitgerust en bevoorraad met de nodige service dress. Meer dan 1000 manschappen hebben zich aangemeld

en ondanks onvermijdelijke verliezen als gevolg van veranderingen in de civiele werkgelegenheid, en door de onzekerheid over de laatste drie jaar met betrekking tot de voorwaarden voor vrijwilligerswerk, telde de sterkte op 31 oktober meer dan 600 man. Het regiment is uitgerust met een eigen karakter en met hoofdkwatieren in gebouwen die nu behoren tot het corps en in de toekomst toegankelijk zijn voor uitbreiding. Kolonel Ferguson heeft de voldoening overhandigd aan zijn opvolger in de wetenschap dat de regimenten gelijk zijn aan de verplichtingen en dat het Corps in een gezonde financiële positie verkeert. Hoewel hij betreurt dat onvoorziene omstandigheden hem hebben belet de tweede termijn van vier jaar in zijn opdracht die hem onlangs is verleend, zal hij altijd met trots en plezier terugkijken op de vier jaar waarin hij de eer had om de Highlanders te bevelen, die hem veel plezier hebben nagelaten herinneringen en geen onaangename herinneringen heeft nagelaten binnen het bataljon. Geen enkele vrijwillige commandant had een meer hartelijk en loyale steun van zijn officieren kunnen ontvangen en  meer reden voor vertrouwen te geven in zijn kameraden van alle rangen. Kolonel Ferguson is ervan overtuigd dat zijn opvolger niets zal ontbreken en dat de Royal Scots Highlanders altijd de tradities en het karakter zullen behouden voor discipline, vast werk en de beste vorm van 'esprit de corps' geassocieerd met de Highlanders van alle vestigingen ten dienste van de koning.


In opdracht, 
A. A. GORDON  
Kapitein en waarnemend Adjudant,  
9th V. B. (Highlanders) R.S. 


 BESCHRIJVING VAN KAPITEIN A. A. GORDON IN J. FERGUSON'S BOEK:


Kapitein ARCHIBALD ALEXANDER GORDON. Kapitein 6 augustus 1900. Majoor 7 januari 1905 Majoor, Brigade Majoor, 1st Lothian Volunteer Infantry Brigade, 1905. Ontslag genomen op 26 mei 1906. Bevestigd aan het 1st Battalion Black Watch in mei 1904. Woonde de Course of Military Equitation in Aldershot bij in februari 1905. Woonde de Transport Course in Aldershot bij in juni 1905. Geboren op 3 september 1867. Woonachtig hill bridge of Allan.  


Het jaar 1904 was een moeilijk jaar voor het battalion gezien ze geen hogere toelage hadden gekregen, na het trainingskamp van Stobs, doordat ze met te weinig aanwezig waren. Een andere factor was dat vele van de originele leden uit 1900 nu reeds vier jaar hadden gediend in het battalion en stillaan naar vaste vacatures gingen uitkijken en hierdoor ontslag namen. 


In mei 1903 werd kapitein A. A. Gordon voor een maand naar de Black Watch gestuurd voor een training in het kasteel van Edinburgh. Hier werd gekozen om het 9th Royals Scots en de 6th Volunteer Battalion samen te brengen onder het 1st Black Watch op het volgende trainingskamp van Stobs.


Tegen het einde van het jaar trad Colonel Ferguson met tegen zin af als commandant van het battalion wegens persoonlijke redenen. Kapitain A. A. Gordon schreef de volgende brief van dankbaarheid aan Colonel Ferguson die werd geplubliceerd in de London Gazette op 5 december 1904:

Lt. Colonel JAMES CLARK - Opvolger van Colonel Ferguson

Commandant Ferguson werd opgevolgd door Lt. Colonel James Clark op 17  december 1904. Op 7 januari 1905 werd kapitein A. A. Gordon bevorderd tot Majoor en genoot een opleiding in supply class in februari en volgde later de opleiding van  military equitation in Aldershot.  De daaropvolgende maand nam Luitenant Mitchell-Innes, die op de zelfde dag als Major Gordon werd aangesteld,ontslag uit het battalion. In mei 1905 werd Major A. A. Gordon benoemd tot Brigade-Major, 1st Lothian Volunteer Infantry Brigade. Datzelfde jaar behaalde Major Gordon een  obCertificate of Proficiency in Transport in Aldershot.  Major Gordon nam voor het laatst deel aan het trainingcamp van Stobs van 23 juli tot 30 juli. In september van dat jaar nam het battalion deel aan de Royal Review van de Scottish Volunteers in Hollyrood Park. Het battalion gaf een zeer goede indruk tijdens de review en de daaropvolgende parade. 


In mei 1906 na Major Gordon ontslag uit het battalion en verliet Edinburgh voor goed om zijn taak als secretaris bij de Duke of Wellington, Arthur Wellesley op te nemen. He werd opgevolgd door Kapitein Brown die de leiding over A Company nam.